De taal Papiaments

Cultuur in slavernij
anno
1700 - heden

Een taal uit alle windstreken


WILLEMSTAD / ORANJESTAD /KRALENDIJK – Papiaments is de taal die gesproken wordt door mensen uit Aruba, Curaçao en Bonaire. Op alle drie de eilanden spreken de mensen het Papiaments een beetje anders, net zoals je in Nederland ook aan de uitspraak van mensen kunt merken uit welke provincie ze komen.

De taal is relatief jong, niet zo oud als Engels, Nederlands of SpaansPapiaments is onlosmakelijk met de trans-Atlantische slavernij verbonden. De taal ontstaat doordat mensen uit allerlei hoeken van de wereld door de slavernij met elkaar in contact komen en elkaar moeten zien te verstaan. Tussen Afrikanen, slavenhandelaren en slavenbezitters groeit zo stap voor stap een nieuwe taal.

Hoe ontstaat het Papiaments?

Afrikaanse mannen, vrouwen en kinderen worden in verschillende Afrikaanse gebieden gevangen genomen en tot slaaf gemaakt. Ze komen uit verschillende stammen. Ze spreken verschillende talen. Samen worden ze naar forten aan de kust gebracht. Daar worden ze opgesloten tot er een schip komt dat hen overvaart naar Amerika. Ze proberen met elkaar te praten en zo ontstaat er langzaamaan een mengtaal. Je kunt zeggen dat dat het begin is van het Papiaments, al zijn de geleerden het daar nog niet helemaal met elkaar over eens. Je vindt zeker woorden in de taal die oorspronkelijk uit Afrika komen.

In het begin van de slavenhandel zijn de handelaren vooral Spanjaarden en Portugezen. De matrozen aan boord van de slavenschepen komen vooral uit de provincie Galicië en spreken de taal van daar, Galegodat lijkt op het tegenwoordige Portugees. Veel woorden uit die taal zijn in het Papiaments terechtgekomen. Later gaan ook Britten, Fransen, Nederlanders, Duitsers en Denen meedoen aan de slavenhandel. Zij spreken ieder in hun eigen taal de tot slaaf gemaakte Afrikanen aan. Zo ontstaat er nog meer een mengtaal.

Onderweg van Afrika naar Amerika maken de slavenschepen vaak een stop op de Kaapverdische eilanden. Sommige tot slaaf gemaakten zijn er dan zo slecht aan toe dat ze daar worden achtergelaten. Nog steeds kun je in de taal van die eilanden horen dat die op het Papiaments lijkt. Bijvoorbeeld in het woordje nan: dat betekent ‘zij’, maar is ook het woord waarmee je een meervoud maakt.

Hoe gaat het verder met de taal op Curaçao?

Bij aankomst op Curaçao worden de slaven die de reis hebben overleefd en nog sterk zijn, meteen verkocht op de slavenmarkt. Wie zwak is, gaat eerst naar een plantage om aan te sterken en wordt daarna doorverkocht naar een ander Caribisch eiland of naar Suriname. Wie helemaal niet verkocht wordt, moet op Curaçao blijven werken, op een plantage of in het huis van de eigenaar. Sommige mensen komen op Bonaire terecht, om te werken op de plantages of in de zoutpannen. Op Aruba komen enkele slaven mee met bestuurders en handelaren. Je kunt hun nazaten soms nog aan hun naam herkennen. Bij de afschaffing kregen ze soms een een verdraaide naam van hun vroegere eigenaren, bijvoorbeeld Dubero van Oduber.

Op de eilanden wonen ook de oorspronkelijke bewoners, de Cariben en Arowakken, en wat Spanjaarden, die het gebied hadden veroverd voor de Nederlanders kwamen. Uit de talen van die volken zijn ook nog steeds woorden te vinden in het Papiaments. Uit het Aruac en het Carib zijn dat vooral namen van plaatsen, maar bijvoorbeeld ook een woord als kabuya, ‘touw’ in het Aruac en Carib. Het Spaans heeft vooral op Aruba grote invloed op de ontwikkeling van het Papiaments: niet alleen omdat er nog Spanjaarden wonen, zoals priesters, maar ook omdat er veel verkeer is met het vasteland, Venezuela en Colombia. De eilanden zijn later nog enige jaren bezit van Engeland en van Frankrijk. Daardoor zitten er ook Engelse en Franse woorden in het Papiaments.