Namen van Suriname

De erfenis nu
anno
19e eeuw

Slaven hebben geen familienamen. Ze hebben alleen een voornaam, bijvoorbeeld Henriëtte of Kwakoe. Als er meer Henriëttes of Kwakoes zijn, komt er vaak wel iets bij: dan wordt het bijvoorbeeld Kwakoe van Maagdenburg (een plantage) of Henriëtte van Van Dijk (een slaveneigenaar). Als een slaaf wordt gemanumitteerd (vrijgekocht of vrijgelaten) krijgt hij of zij ook zo’n toevoeging, nu met de naam van de degene die de manumissie heeft mogelijk gemaakt, meestal de voormalige eigenaar. De slavin Lucia, bijvoorbeeld, heet nadat ze is vrijgemaakt door haar eigenaar Buttner voortaan Lucia van Buttner. Maar dat is geen officiële achternaam. Echte achternamen voor vrijgelaten of vrijgeboren zwarten of gekleurden komen er pas in de loop van de negentiende eeuw.

Wat zijn Surinaamse familienamen?

Surinaamse familienamen zijn namen die door Surinamers worden gedragen. Veel Surinaamse familienamen klinken Nederlands en kunnen ook in Nederland voorkomen. Maar er zijn ook typisch Surinaamse namen die Nederlands lijken, zoals Kogeldans of Nooitmeer. De verschillende groepen immigranten die na slaventijd naar Suriname zijn gekomen, hebben weer nieuwe namen meegebracht. Zo zijn namen als Wooding, Wilkinson en Hodge meegekomen met immigranten uit het Caribisch gebied. We beperken ons hier echter tot de geschiedenis van de namen van families die afstammen van voormalige slaven.

Wat is de geschiedenis van deze Surinaamse familienamen?

manumissie brief
Manumissiebrief

De geschiedenis van de Surinaamse familienamen valt in twee delen uiteen: de periode tot 1828/1832 en de periode van 1828/1832 tot 1 juli 1863. In die eerste periode bestaan geen officiële achternamen, ook niet in Nederland. Maar veel mensen hebben er wel een. Dat wil zeggen: vrije mensen. Slaven die voor 1832 worden vrijverklaard krijgen in het dagelijks leven een naam waarin de voormalige eigenaar te herkennen is. Zo krijgt in 1825 een zekere Henriëtte de vrijheid. Op haar manumissiebrief (het officiële document dat bevestigt dat zij vrij is) staat alleen haar roepnaam. Maar in de omgang staat zij bekend als Henriëtte van Bänffer en onder deze naam is zij ook in de archiefbronnen terug te vinden. Bänffer is haar voormalige eigenaar. Henriëtte mag dan wel een vrij persoon zijn, maar die naam zorgt ervoor dat zij als ex-slavin herkenbaar blijft en ook van wie zij het bezit is geweest.

Omdat er nog geen officiële achternamen bestaan, kunnen mensen hun naam makkelijk veranderen als ze dat willen. En dat gebeurt ook. Henriëtte van Bänffer krijgt als vrije vrouw enkele kinderen die allemaal haar naam krijgen omdat ze niet door hun vader worden erkend. Maar er is wel een verschil: zij heten Bänffer, dus zonder ‘van’. Dat is omdat zij vrijgeboren zijn en nooit iemands slaaf zijn geweest.

Hoe worden Europese namen Surinaams?

In het voorbeeld van de familie Bänffer is een van oorsprong Europese naam een Surinaamse naam geworden zonder dat de Europeaan familie is van deze mensen. Maar dit kan ook gebeuren in situaties waarin er wel bloedverwantschap is. Europeanen die in Suriname bij een vrije zwarte of gekleurde vrouw een kind verwekken, kunnen hun naam aan dat kind geven. Dit gebeurt wanneer de ouders met elkaar getrouwd zijn, maar dat hoeft niet. Het betekent echter niet dat het kind automatisch vrijgeboren wordt. Wanneer de moeder een slavin is, is het kind dat ook.

Europese namen verkleuren

Deze ‘verkleuring’ van achternamen vindt tot op de dag van vandaag plaats wanneer een Surinaamse met een niet-Surinaamse man trouwt en de kinderen de familienaam van de vader ontvangen. De Surinaamse familienaam Bouterse is op deze wijze ontstaan, afkomstig van een zekere Bouterse die als koloniaal militair in de negentiende eeuw naar Suriname is gekomen en na afloop van zijn diensttijd is gebleven.

Hoe heten slaven van vrijgemaakte zwarte mensen?

the_celebrated_graman_quacy
Quassie van Nieuw-Timotibo was een voormalige slaaf
die als vrije man zelf ook slaven had

Vrijgemaakte zwarte mensen hebben een naam met ‘van’, en als zij zelf slaven in bezit krijgen, geven ze die naam op hun beurt door wanneer die slaven worden gemanumitteerd. Hiervan zijn allerlei voorbeelden. Lucia, de eerdergenoemde slavin van eigenaar Buttner, heeft bij haar manumissie de naam Lucia van Buttner gekregen. Zij wordt op haar beurt eigenares van de slavin Truy, die bij haar vrijlating de naam Truy van Lucia van Buttner gaat dragen. Truy wordt ook weer eigenares van een slaaf. Hij wordt vrijverklaard onder de naam Bakkie van Truy van Lucia van Buttner.

Een opmerkelijke manumissie is die van Lika van den Ostagier Abenie. Haar naam laat zien dat zij een vrijgelaten slavin is die heeft toebehoord aan een Marron genaamd Abenie. Hij verblijft in Paramaribo als ‘ostagier’, een vertegenwoordiger in Paramaribo van zijn eigen Marrongemeenschap. Zijn positie houdt het midden tussen ambassadeur en gijzelaar, wat te zien is aan de term (denk aan het Engelse woord hostage, gijzelaar). Het bestaan van Lika toont aan dat ook onder de Marrons slavernij heerst.

Wat verandert er rond 1828/1832?

In 1811 voert Napoleon in Nederland de Burgerlijke Stand in. Iedereen moet zijn achternaam vastleggen en wie er geen heeft, moet er een kiezen. Deze naam wordt overdraagbaar aan de kinderen: in principe de naam van de vader, en wanneer die onbekend is de naam van de moeder. Een naamsverandering mag alleen met toestemming van de overheid, of wanneer de vader alsnog met de moeder trouwt of het kind erkent. Niet iedereen laat zich direct inschrijven en het voorschrift wordt dan ook nog een paar keer herhaald, zelfs nog eens in 1825.

Iedereen moet een achternaam kiezen

In Suriname komt er in 1828 een Burgerlijke Stand. Daarin worden alle vrije personen opgenomen met de namen die ze zelf opgeven. Daar zitten natuurlijk ook gemanumitteerden tussen met een ‘van’-naam. Vanaf nu is het echter verboden om bij in vrijheid geboren kinderen dat ‘van’ weg te laten. Toch zijn er niet veel ‘van’-namen overgebleven.

In 1832 komt er een nieuwe manumissiewet die bepaalt dat een vrijgelaten slaaf een familienaam hoort te krijgen. Bij de afschaffing van de slavernij in 1863 wordt bepaald dat de voormalige slaven per familie een familienaam aan moeten nemen. Binnen beide regelingen mag dat geen naam zijn die al in de kolonie voorkomt. Uitzonderingen worden toegestaan wanneer degene die de naam al droeg geen bezwaar heeft. De meeste Surinaamse achternamen zijn ontstaan na de invoering van deze twee wetten.

Quizvraag

Deze vragen zijn verstopt in de site! Vind ze allemaal!
Sleep om te ontsleutelen

Wie kiest de naam en hoe?

Officieel bepaalt het gouvernement de naam van een voormalige slaaf. De slaven spreken over het algemeen geen Nederlands of een andere Europese taal en kunnen meestal niet lezen of schrijven. Ze mogen ook niet naar school. De namen die gegeven worden zijn gebaseerd op kennis van het Nederlands of andere Europese talen en kennis van Nederland. Daardoor komen er ook namen voort uit begrippen die in Suriname onbekend zijn. Voorbeelden hiervan zijn:

- Een slavin van Van Emden krijgt de naam Oostvriesland (Emden ligt in Oost-Friesland in Duitsland).

- Een slavin van de Lyon (dat betekent leeuw in het Frans of Engels) krijgt de naam Leeuwin.

- Een slaaf van Lobo krijgt de naam Wolff. Lobo is Portugees voor wolf.

- Er  worden woordspelingen gemaakt: een slavin van Oppenheimer ontvangt de naam Nederheimer

- Plaatsnamen in Nederland worden gebruikt als familienamen: Boscoop, Loenen en Honcoop.

- Bij één gelegenheid worden vier mannen gemanumitteerd onder de namen Zout, Pekel, Sneeuw en Voorzorg. De combinatie van deze namen doet denken aan het sneeuwvrij maken van de straten in Amsterdam. Ook de naam Winter heeft niets te maken met de Surinaamse seizoenen.

Er worden geen achternamen in het Sranantongo toegekend. Wellicht dat de Surinamers elkaar daarom meer met bijnamen aanspreken dan met hun officiële naam. Soms is iemand onder zijn officiële naam niet eens bekend en hoor je die pas na zijn dood bij de gesproken rouwadvertenties op de Surinaamse radiozenders.

Zijn omgekeerde namen typisch Surinaams?

portret creoolse familie 1949 TM 10019359
Surinaams creools gezin, rond 1949 (foto Tropenmuseum)

Omgekeerde namen (ook wel anagrammen genoemd) komen regelmatig voor in Suriname. Johannes Jacobus Ekniv bijvoorbeeld is het kind van de Europeaan Vincke en de zwarte vrouw Catharina – zijn achternaam is de omgekeerde achternaam van zijn vader. Een kind krijgt zo’n naam wanneer de vader het niet wil erkennen door het zijn achternaam te geven, maar er ook niet helemaal afstand van wil nemen. Dan geeft hij zijn naam als anagram waardoor de vader toch herkenbaar is. Vaak wordt gedacht dat dit iets typisch Surinaams is. Dit is echter niet zo. Ook in Nederlands-Indië komt dit verschijnsel voor. Een bekend voorbeeld uit Indië is de naam Rhemrev, waarin de naam Vermehr valt te herkennen. Een bekende Surinaamse naam die in dit rijtje valt is de naam Essed, afgeleid van de naam Dessé. Maar er zijn meerdere voorbeelden te noemen, zoals Tdlohreg (Gerholdt) of Atiuqsem (Mesquita). Meestal worden deze namen (voor 1832) bij de doop gegeven, maar ze komen ook voor als manumissienaam.

Tools voor je werkstuk

Voor je begint met een werkstuk heb je materiaal nodig. Bijvoorbeeld een onderzoeksvraag. Hiernaast vind je handige tools om je werkstuk, scriptie of essay mee te starten.

Onderzoeksvraag:

Onder de slaven kwamen ook typisch West-Afrikaanse namen voor zoals Kwasi of Amba. Zoek tien typische jongensnamen die veel op de plantages voorkwamen en zoek uit wat de betekenis is. Doe dat ook voor tien typische West-Afrikaanse meisjesnamen.

Meer lezen?

Boeken

  • P.A. Christiaans, Het Evangelisch-Luthers doopboek van Paramaribo, 1743-1809, 1996.
  • Okke ten Hove en Frank Dragtenstein, Manumissies in Suriname, 1832-1863, 1997.
  • H.E. Lamur en H.E. Helstone, Namen van vrijgemaakte slaven, 1816-1827, 2002.
  • Okke ten Hove, Heinrich E. Helstone en Wim Hoogbergen, Surinaamse emancipatie 1863. Familienamen en plantages, 2003.
  • Okke ten Hove, Wim Hoogbergen en Heinrich Helstone, Surinaamse Emancipatie 1863. Paramaribo: slaven en eigenaren, 2004.
  • Heinrich E.Helstone, Okke ten Hove en Wim Hoogbergen, Surinaamse emancipatie 1863. Coronie, 2009.

 Artikelen

  • W. Dierick, ‘Een merkwaardige koloniale erfenis. Een en ander over Surinaamse familienamen’ in OSO. Tijdschrift voor Surinaamse Taalkunde, Letterkunde en Geschiedenis jaargang 4, nummer 2 (1985) , p. 85-91.
  • Alex van Stipriaan, ‘What’s in a name? Slavernij en naamgeving in Suriname tijdens de 18e en 19e eeuw’ in OSO. Tijdschrift voor Surinaamse Taalkunde, Letterkunde en Geschiedenis, jaargang 9 (1990), p. 25-46.
  • Okke ten Hove, ‘Creools-Surinaamse familienamen. De samenstelling van de Creools-Surinaamse bevolking in de negentiende eeuw’ in OSO. Tijdschrift voor Surinaamse Taalkunde, Letterkunde en Geschiedenis, jaargang 15, nummer 2 (1996), p. 166-180.
  • Okke ten Hove, ‘West-Indische immigranten in Suriname’ in Wi Rutu. Tijdschrift voor Surinaamse genealogie, jaargang 8, nummer 2 (2008), p. 35-55.

Lees andere verhalen

Protest in Nederland

Het boek 'De Negerhut van oom Tom' verandert de publieke opinie.
De afschaffing

Hogerop komen

Slavin Joanna krijgt iets met een witte soldaat. Kans op een beter leven?
Leven in slavernij

Invloed van racisme

Was het een racistische steekpartij? Taxichauffeur weigerde hem mee te nemen.
De erfenis nu
Je hebt
num
van de total
quizvragen beantwoord